Copy
Rovict Nieuwsbrief januari 2017

Nieuwsbrief Special Rovict januari 2017

Het Grote Joost van Dijck Interview

In vijf prangende vragen
Joost van Dijck, bij veel ESIS-gebruikers bekend als de goeroe van ESIS, bij veel landelijke organisaties bekend als dé expert op het gebied van de Leerlingadministratie in Nederland en bij de Nieuwsbrieflezers bekend van de rubriek ‘Joost mag het weten’, vertrekt bij ESIS, vertrekt bij Rovict
– hij gaat met pensioen. 

 
Joosts’ leven heeft een aantal decennia bestaan uit het digitaal vormgeven van een zo handig en efficiënt mogelijk informatieproces voor de scholen in Nederland. Hij heeft veel ontwikkelingen zien komen – en zien gaan. Omdat hij een grote periode van onderwijsontwikkeling intensief heeft meegemaakt, dagen we hem met enkele vragen uit om iets van zijn rijke ervaringen met ons te delen.

Wanneer maakte je kennis met ESIS?
Hoe zag ESIS er vroeger uit?

Ik zag ESIS voor het eerst in 1990, toen we in de vier grote steden op zoek waren naar een Leerlingvolgsysteem voor basisscholen. ESIS is begonnen als een kaartenbakprogramma waarbij het belangrijkste doel was om de 1-oktobertelling tot een goed einde te brengen. Meestal was er op de school één gebruiker: de (adjunct-)directeur. Het Telformuler en later de koppeling met het EFS-programma van het CFI was dan ook de belangrijkste functionaliteit.

ESIS is sindsdien uitgegroeid tot een volledig leerlingvolgsysteem. Vind je dat de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd, dankzij de registratie van steeds meer gegevens, dus ook dankzij ESIS?

In 42 jaar is er veel veranderd. Toen ik in 1975 begon in  de onderwijswereld, was de school autonoom en was de onderwijzer (m/v) baas in eigen klas. Veel bleef verborgen achter de muur van de school en de klas. Sindsdien hebben we kennis gemaakt met schoolwerkplanontwikkeling, teamvorming, leerlingvolgsysteem, interne begeleiding, bovenschoolse samenwerking, beleidsinformatie, onderwijsnummer, datamuur en inspectienormen. Om maar een aantal ontwikkelingen te noemen.

Het onderwijs is zeker zowel deskundiger als transparanter geworden, ook door de structuur die de school met een programma als ESIS maakt.

Welke anekdote zal je nooit vergeten?

In de loop van de jaren zijn gegevens steeds belangrijker geworden. Maar dat kan ook leiden tot een fixatie op die getallen en op het gemiddelde. En leerlingen vergelijken met het gemiddelde is niet altijd een goede manier om transparantie te bereiken. De mooiste uitspraak die ik in dit kader ooit eens gehoord heb is dat de gemiddelde mens één tiet en één kloot heeft.

Je bent getuige geweest van een revolutie op het gebied van leerlingadministratie. Wat wordt de toekomst hiervan?

ESIS en alle andere LAS-sen zullen nog meer dan nu een communicatiemiddel worden en direct het werkproces in de school gaan ondersteunen. Daardoor zal het belang van ESIS, van een goed LAS, nog meer gaan toenemen. Onvermijdelijk is dan dat dit soort systemen omvangrijker, ingrijpender en duurder gaan worden.

Wat ga je doen na januari 2017?

Allereerst is er de sensatie dat er tijd en ruimte is om daar over na te denken. Ik ben nu betrokken bij het oprichten van een coöperatieve vereniging om een wooninitiatief voor ouderen in de leeftijd van 50- tot 90-jarigen op te zetten waarin wonen en zorg meer collectief georganiseerd kunnen worden. Zoals ik 35 jaar geleden ook heb deelgenomen aan een ouderparticipatiecrèche.
Daarnaast is het erg leuk om meer tijd te hebben voor wandelen, fietsen, reizen, bergwandelen en gitaarspelen. En wie weet weer Spaanse les. En ik ben ook nog op zoek naar een manier om de financiële wereld beter te begrijpen.
 
Voor het zover is, hoop ik dat ik nog van veel van mijn ‘ESIS-contacten’ persoonlijk afscheid kan nemen op de NOT. Dus: tot ziens op de NOT!