Copy
NIEUWSBRIEF
MINI SYMPOSIUM FYSIOTHERAPIE

MINI SYMPOSIUM FYSIOTHERAPIE

'OP HET ANDERE BEEN'

15 september 2016, 15:00 - 18:30 u, UMCG GRONINGEN
 

Beschouwen, behandelen, bewijzen


Drie fysiotherapeuten met elk ruim 40 jaar werkervaring vertellen over de manier waarop ze hun patiënten benaderen, onderzoeken en behandelen.

Hun visies en werkwijzen liggen ver uit elkaar, en toch zijn ze alle drie succesvol in hun behandelresultaat. Hoe is dat te verklaren? Wat zegt dit over het beroep van de fysiotherapeut? 

Sprekers:
Rike Hesselink, Jo Franssen, prof. dr. Pieter Dijkstra

Voorzitter:
prof. dr. Bert Otten
 

Programma

15.00 - 15.30 uur: ontvangst en koffie
15.30 - 16.00 uur: Rike Hesselink: beschouwen
16.00 - 16.30 uur: Jo Franssen: behandelen
16.30 - 17.00 uur: Pieter Dijkstra: bewijzen
17.00 - 17.15 uur: Pauze
17.15 - 18.00 uur: Discussie
18.00 - 18.30 uur: Borrel

Datum en locatie

Datum: donderdag 15 september 2016
Tijd: 15.00 – 18.30 uur
Locatie: Universitair Medisch Centrum Groningen,
collegezaal 3215-126, Antonius Deusinglaan 1, 9713 AV Groningen

Inschrijven en kosten

Dit symposium is bestemd voor fysiotherapeuten, hen die daarvoor in opleiding zijn en andere geïnteresseerden. U kunt zich aanmelden bij d.meun@umcg.nl onder vermelding van uw naam en 'September Symposium Op het andere been'.
De kosten voor dit symposium zijn € 25,- dit is inclusief koffie/ thee en een borrel.

Het bedrag kan gestort worden op Rabobank rekeningnr:
NL84 RABO 0162251025
t.n.v. 'UMCG CVR Lokatie Beatrixoord Haren'
Onder vermelding van: 'September Symposium' en naam.
Deelname na inschrijving plus betaling (€ 25,-).

Over de sprekers

Rike Hesselink

Beschouwen
Rike ziet het waarnemen als kern van het vak fysiotherapie. In die waarneming inventariseert ze iemands bouw en kijkt ze naar de manier waarop hij/zij beweegt. Massage is daarbij een diagnosticerend hulpmiddel dat bevestiging of bijstelling oplevert bij wat er bij de houdings- en bewegingsinspectie is waargenomen.Met bewegingsopdrachten laat zij de mensen zelf ontdekken dat bepaalde bewegingsgewoonten niet meer aan de orde zijn en bijgesteld kunnen worden. Diagnostiek en therapie berusten op kennis en ervaring, waarbij de gebruikte regels niet expliciet worden aangegeven.

 

Jo Franssen

Behandelen
Uitgaande van het idee dat niets praktischer is dan een goede theorie baseert Jo de behandeling na anamnese en inspectie op kinesiologische, biomechanische inzichten, vaak met behulp van oppervlakte-elektromyografie. Het pijn- of bewegingsprobleem dient hierbij zo in kaart te worden gebracht dat de patiënt zich begrepen voelt, zowel wat betreft de symptomen en de ontstaanswijze als wat betreft de voorgestelde therapie. Daarbij dienen het systeembiologische model van de motoriek van Bert Otten, het neuromatrix model van Melzack en het myofasciale pijnconcept van Travell & Simons als leidraad. Alle bevindingen en interventies worden expliciet met de patiënt besproken.
 

Pieter Dijkstra

Bewijzen
Pieter evalueert het bewijs voor de effectiviteit van dry-needling voor triggerpoint behandeling. Vervolgens haalt hij een artikel van Rozenzweig uit 1936 aan. In dat artikel vraagt Rosenzweig zich af hoe volstrekt verschillende therapieën toch vergelijkbare effecten kunnen geven. Rosenzweig postuleert dat er universeel therapiefactoren zijn zoals de verwachtingen van de patiënt, de communicatie met de therapeut, en het behandelritueel die het behandeleffect kunnen verklaren. Effecten van fysiotherapie blijken bescheiden. Het optimaliseren van deze universele therapiefactoren kan een verbetering van het behandeleffect geven.
 

Bert Otten

Gespreksleider
Het moge duidelijk zijn dat de bovengenoemde tegenstellingen een stevige voorzitter met affiniteit tot het houding- en bewegingsysteem vereisen om de discussie tot een goed einde te brengen.
 
Copyright © 2016 Mini Symposium Fysiotherapie, All rights reserved.